Vijftien jaar geleden waren gemarkeerde wandelpaden in Ierland nog zeldzaam. Evenals behoorlijke topografische kaarten trouwens. Deze achterstand is het land bezig in te lopen: ooit zal rond heel Ierland een wandelpad liggen. Delen daarvan zijn reeds gereed, zoals de Western Way in het Noordwesten van het land. Enkele stukken van dit pad vinden jullie hier beschreven.
De Western Way is goed gedocumenteerd: er is een gids, de route is ingetekend op kaarten, en het pad is goed gemarkeerd.
Persoonlijk ben ik vooral gecharmeerd van de Ierse pubs. Die komen mijns inziens het best tot hun recht na een stevige wandeling, een dag afzien in regen en wind. Het land is leeg en uitgestrekt.
Vergelijkingen met de Hebriden en Schotland zijn niet misplaatst. Water is het dominante element. Delen van het pad zijn zeer zompig. Elders voert de route de wandelaar kilometers lang over drukke wegen, waarschijnlijk door gebrek aan beter. Ik betwijfel of er paden voor dit doel aangelegd of gerestaureerd worden. Onderstaand verhaal doet verslag van een vijf dagen durende ontspannen wandeling (augustus 1997) over twee stukken van de Western Way. Eerst enkele feiten. |
![]() |
Geen idee. De belangrijke verbindingen hebben we gelift. Tip: er is in boekhandels een busboek met alle verbindingen en tijden. Op belangrijke trajecten rijden dagelijks bussen, maar niet frequent, vaak slechts één maal per dag.
Palen van een merkwaardig soort grondstof - gerecycelde autobanden? - en gele pictogrammen markeren de weg. Kan niet missen.
Belangrijk punt: in dit natte land winnen laarzen het van gewoon schoeisel. Afhankelijk natuurlijk van de weersomstandigheden kunnen de landwegen en paden zeer nat zijn. Het veenmos rukt overal op waar het water blijft hangen waardoor het water nog beter blijft hangen etcetera. Wegen die niet afgewaterd worden door sloten ter weerszijden degraderen in luttele jaren tot moerasgebied.
De oceaan is dichtbij en de temperatuur is mild. Men neme regenkleding mee. Persoonlijk zweer ik het bij een paraplu omdat ik me in een regenjas te pletter zweet.
Ook geen onbelangrijk punt. Eén nacht sliepen we in een bos. De wind was al vroeg gaan liggen die avond. Ik denk dat de "midges" ons van heinde en verre konden ruiken. Op een zeker moment zweefden duizenden van deze schepseltjes rond de tent en ze bleven de hele nacht actief. Dat leidde de volgende ochtend, bij het verlaten van ons muskietenvrije onderkomen, tot hilarische taferelen.
Voor hen die nog nooit kennis hebben gemaakt met "midges": wees niet vermetel. Weliswaar is dit beestje nog niet de helft van een fruitvlieg en is haar beet nauwelijks voelbaar, de bulten die daar het gevolg van zijn jeuken buitensporig. Denk ook niet dat vitrage voor de ingang van de tent deze vraatzuchtige mug tegenhoudt. Alleen speciaal muskietengaas biedt afdoende bescherming en gewaakt moet worden voor iedere vierkante millimeter opening in de tent.
Tips tegen midges: in nl.wandel komt dit punt regelmatig ter sprake. Gewone muggenolie werkt, maar schaf dit in grootverpakking aan. Er zijn lokaal betere producten verkrijgbaar. Het branden van zogenaamde "mosquito coils", vooral bekend bij reizigers naar de tropen, is effectiever dan de meeste mensen beseffen. Ik las ook iets over producten die de jeuk tegengaan; hadden we dat maar geweten. Wind is de vijand van de "midge". Doe niet zo stom als wij, en ga bij weinig wind niet in een bos kamperen, maar liever boven op een heuvel.
Het is niet zinvol aan te geven waar je precies Bed and Breakfast kunt vinden. Overal waar menselijke nederzettingen zijn, is B&B mogelijk. Maar sommige trajecten leiden door afgelegen en lege gebieden waar geen mens woont. In onderstaande beschrijving is de langste etappe zonder onderkomen die tussen de jeugdherberg bij Lough Feeagh (twee uur lopen boven Newport) en de Bangor Road. Dit moet je kunnen wandelen in een dag.
Hoewel B&B-hopping in theorie mogelijk is, geef ik persoonlijk de voorkeur aan kamperen. Dat kan overal, in bewoonde en onbewoonde gebieden. De plekken waar onze tent gestaan heeft heb ik aangegeven met een cordinaataanduiding.
Op onze route:
Het traject tussen Killary Harbour en daar ten noorden van is beschreven in de gids: A West of Ireland walk guide; County Mayo; The Western Way - Sl¡ an Iarthair. Uitgegeven door Mayo County Council in 1993. Verkrijgbaar bij Pied Terre in Amsterdam.
Topografische kaarten 1:50.000: OS 45, 38 en 37, 31, 23 en 24.
Een overzicht van wandelpaden in Ierland: "Walking Ireland 1997; the Waymarked Ways". Verkrijgbaar bij de Irish Tourist Board, Baggot Street Bridge, Dublin 2, tel. (01) 602 4000.
OS 45, 38 en 37
Oughterard (OS 45: M 035 495)
Leenaun (Killary Harbour) (OS 37: L 878 620)
Drie dagen (onder normale omstandigheden is het in twee dagen te doen)
Einde dag 1: Cur (Lough Corrib) (OS 38: L 933 528)
Einde dag 2: Tallaghnamuinga (Maumturk Mountains) (OS 37: L 844 557)
Het einde van de weg langs Lough Corrib is het begin van onze vijf dagen durende wandeling. We schrijven augustus 1997. Trek voor de eerste kilometers tot de R336 gerust een uur of drie uit. De route voert de nog optimistische wandelaar door een zompig veengebied. Van een pad is geen sprake. Palen markeren de gedachten van de scheppers van de Western Way en daar waar meer water dan land is waaieren sporen alle kanten op, tastend naar stevige graspollen die de voeten droog houden. Soms kijkt de wandelaar op van het veenmos, om te beseffen dat hij in een uitgestrekte leegte loopt. Kortom, je krijgt direct al waar voor je geld. Natter wordt het niet.
![]() |
Lough Corrib. |
Bij Maum Bridge staat een pub, van het soort dat een wandeling zin geeft en een reis naar dit land legitimeert. D'r is ook een winkeltje. Hierna gaat de route enige kilometers over asfalt, met wat huizen en schapen links en rechts. De weg houdt op, maar wees niet bang dat de nattigheid van voorheen terugkeert. De landweg die naar de pas voert is weliswaar versleten maar biedt de ongelaarsde wandelaar onder zelfs natte weersomstandigheden voldoende houvast. 250 meter hoog is hij. En een aantal kruisen markeren dit hoogste punt. Ik trof deze plek aan terwijl de opgezweepte regen horizontaal het land schuurde en de kruisen als donkere wezens opdoemden uit de mist. Bepaald fraai, hier.
![]() |
Maumeen Bridge. |
Vanaf de pas loopt een keurige landweg naar een asfaltweg. Kilometers lang zagen wij weinig meer dan een huis links, een huis rechts. De kaart verraad echter meer, bergen van 600, 700 meter hoog die onder betere weersomstandigheden het landschap hier moeten domineren.
De weg is eindeloos, overgaand in een nog langduriger landweg die groener is dan het gras eromheen. De wandelaar houdt geduldig noord. Vrijwel zeker biedt een paar raven onderweg verstrooiing. Je kan deze vrolijke vogels niet missen, om elkaar heen buitelend.
Bosaanplant kan mij doorgaans niet bekoren. Om de een of andere reden laat het uitgestrekte Ierse landschap cultuurbos echter goed toe. De bosranden vloeien ineen met de glooiingen van de bergen. Bos biedt bovendien een aangenaam contrast met de omvangrijke uitzichten daarbuiten. Het is soms wel eens prettig om de wind te horen en niet te voelen. Om diezelfde reden echter is de mug in het bos lastiger te ontwijken dan in het open veld.
Wanneer het bos wordt verlaten gaat Killary Harbour het beeld domineren. Ver in het westen gaat dit smalle, diep landinwaarts voerende fjord over in de oceaan. De wandelschoenen hebben hier vaste grip op een rotsige bodem en de wandelaar, nog wat wantrouwend, bekruipt langzaam het gevoel dat hij een normale wandeling maakt.
In Leenaun - winkels, pubs - vertrekt dagelijks, rond het middaguur, en op sommige dagen ook later in de middag, een bus naar Westport en Newport. Dit gegeven is niet onbelangrijk omdat de Western Way vanaf deze plaats ruim acht kilometer lang de N59 volgt. Zonder bus loop je dus twee uur langs een drukke, toeristische smalle weg. Daar is niemand blij mee. Mits je op tijd bent kan de bus je deze ellende sparen. Liften is de "second best alternative" en lopen lijkt mij het minst wijze besluit.
![]() |
Uitlopers Maumturk Mountains. |
![]() |
Killary Harbour. |
OS 31 en 23
Liften van Leenaun naar Newport. Er gaat rond 12.00 uur een bus naar Westport en Newport, en sommige dagen van de week nog een tweede later op de middag. Uiteraard kan je ook twee uur langs de N59 lopen.
Newport (OS 31: L 985 940
Road (R312) (OS 23: F 999 175)
Twee dagen
Einde dag 3: Furnace Lough (OS 31: 976 973)
Einde dag 4: Bellacorick (Nephin Beg) (OS 23: F 959 134)
Newport ligt in een rijk agrarisch gebied en het eerste uur bevindt de wandelaar zich in een groen en compact glooiend landschap met een door heggen en heuvels ingedamd uitzicht. Nuttig als prelude op, en contrast met de bruine veenvlakten en onbeweeglijke horizonten die nog komen moeten. De wandeling gaat over de weg. Gaandeweg wordt het gras grauwer en de velden leger. Tussen Lough Feeagh (een meer) en Buckoogh (een berg) is de verhouding "bog" en "reclaimed" fifty-fifty. Het weggetje is ingepakt tussen hoge hagen van onder meer fuchsia's.
Daar komt abrupt een einde aan als de route de weg verlaat en een oude landweg oppikt. Hier begint de wildernis. Het heeft absoluut mijn voorkeur, bar, geen obstakels die het uitzicht belemmeren, getuige zijn van de weersontwikkeling tot in de verre omtrek. De landweg vervaagt na drie kwartier, een spoor neemt het over, en wanneer dat ook niet meer zichtbaar is dien je rechts te houden boven het valleitje en zelfs wat te klimmen. Niet veel verder duikt het spoor de diepte in en sta je na een paar honderd meter aan de weg.
Strahmore Lodge is in de vorige eeuw bewoond geweest door liefhebbers van de Rhodondendron. De struik heeft zich inmiddels lokaal ontpopt tot een plaag en het is aan de schaap te danken dat de omliggende bergen en velden nog open zijn. Overigens valt er niets te bikken, nergens trouwens tussen Newport en de weg.
![]() |
Bij Lough Feeagh. |
![]() |
Voorbij Lough Feeag, begin Nephin Beg Range. |
De licht pastorale sfeer houdt 100 meter voorbij Strahmore Lodge op, want daar begint een uitgestrekte bosaanplant, die voor een belangrijk deel ook weer gekapt is. De uitzichten zijn op vele plaatsen grandioos, en dit stuk van de route is dankzij de eenzame ligging wat mij betreft het hoogtepunt van de afgelopen dagen. De vlakte wordt door enkele welgevormde bulten in het landschap voorzien van spectaculaire dimensies.
Je gaat er trouwens vrij snel doorheen, want de bosweg die bij Strahmore Lodge begint en niet eerder ophoudt tot de bewoonde wereld weer bereikt is, is van uitzonderlijke kwaliteit en geeft de wandelaar toegang tot de onbekende Tawnynahulty, Altnabrocky, Fiddaunnageeroge, Muingaghel. De bergen heten Nephin Beg in het westen, en Nephien Nifinn ver in het oosten. De op turf gestookte electriciteitscentrale Bellacorick is het markante herkenningspunt ver weg In het noorden, geflankeerd, ter rechterzijde, door een 23-delig windmolenpark. Ik zal verder geen waardeoordelen uitspreken.
De bosaanplant is de laatste uren van deze etappe van recenter datum dan het eerste deel. Hoe onnatuurlijk de dennen en sparren ook zijn in dit landschap, ik vond het mooi.
Tenslotte. De laatste kilometers voeren over asfalt door dor terrein waar een enkele boerderij op een groen eiland in een verder onvruchtbare zompige veenvlakte doet beseffen hoe arm de mensen hier ooit geweest moeten zijn. Hier eindigde onze wandeling, helaas, want de Western Way beloofde nog veel fraais in petto te hebben. Dat is dan voor jullie, lezers dezes. Laat wel even horen hoe het was!
![]() |
Uitlopers Nephin Beg. Links Nephin (800 meter). |
![]() |
Nephin Beg (627 meter). |
![]() |
Idem. |