| Maart 1998. De contouren van een tocht op Tenerife - mei 1992 - zijn vervaagd. We waren er een week - te kort. Ik probeer de puzzel weer compleet te maken. Gaande dit reconstructieproces komen er meer en meer details bovendrijven. | |
| Dit stukje Europa buiten Europa is voor wandelaars geweldig interessant. Vulkanisch van oorsprong, exotische natuur, grote contrasten in landschappen: het etiket van goedkope strandvakantie is niet terecht. Bekijk het eens van de andere kant: dankzij het massa toerisme, waar je als wandelaar trouwens bijna niets van merkt, is een reis naar de Canarische eilanden eenvoudig en goedkoop. | |
De wandelaar dient enkele ongemakken voor lief nemen: er is dacht ik maar één berghut, tegen de flanken van El Teide (spreek uit: thee-íede), de vulkaan die het hart vormt van het eiland. In de dorpen zijn goede overnachtingsmogelijkheden, maar in het open terrein moet je kamperen. Er zijn voor zover ik weet nauwelijks bewegwijzerde paden. De klim naar El Teide was in 1992 fragmentarisch aangegeven met verf en borden. De Spaanse stafkaarten zijn dan wel nauwkeurig, maar niet altijd up-to-date en je moet goed kaart kunnen lezen. In het open terrein rond de vulkaan kan je de weg niet kwijtraken. Een derde punt is het gebrek aan water op het eiland. Neem veel flessen mee op je tocht en plan vooruit waar je water kan tappen. Het lukte ons om iedere dag water te vinden.
Dit alles hoeft geen reden te zijn om dan maar van een wandeling af te zien. Er zijn vele wandelgidsen met vele wandelingen. Enkele reisorganisaties, ook in Nederland, hebben een net van wandelingen uitgezet. Ze verzorgen de bagage, de overnachting, pikken je aan het eind van de dag op en brengen je naar je over-nachtingsplaats. Wij hebben daar geen gebruik van gemaakt. Vrienden hebben hier goede ervaringen mee opgedaan.
Wel, de vulkaan domineert met zijn 3.700 meter het eiland. Naast El Teide is er nog een oude vulkaan, de Pico Viejo dus, 3.100 meter. De wandeling van de ene naar de andere vulkaan (zie de foto's hieronder) is schitterend. In de diepte liggen de kustvlakten, daarachter strekt de oceaan zich uit en daarboven hangen de passaatwolken die het geheel een enorme omvang geven. De grens tussen oceaan en lucht is dermate vaag dat de je slechts kan gissen waar de horizon is, hetgeen bijdraagt aan een prettig soort desoriëntatie en het gevoel erg hoog te zitten. Eric Luyten meldde via News dat er in 1998 permits vereist waren voor een bezoek aan de kraterrand, "die kon je enkel krijgen (persoonlijk afhalen en fotokopie identiteitskaart meenemen !) in Santa Cruz". Wij hebben daar geen last van gehad.
![]()
![]()
Direct rond de vulkaan strekt zich een vlakte uit welke is ontstaan door het exploderen van een vroegere vulkaan. Deze zgn. caldera ligt op 2000 meter boven de zeespiegel en wordt afgegrensd door een scherpe bergrand, resten van deze onfortuinlijke vulkaan. Geurige witte en gele brem groeit hier op de rode vulkanische bodem.
De noordzijde van Tenerife is vochtig en groen (passaat), de zuidkant - waar het massatoerisme zich concentreert - dor en droog. De uitlopers van het eiland zijn bergachtig. Een groot deel van het eiland is bebost.
We hebben een Duits gidsje gebruikt. Is zoek geraakt, en weet niet meer hoe het heette. Er zijn talloze andere wandelgidsen. Het gebruik van een of meerdere gidsjes valt wel aan te raden in combinatie met verschillende kaarten. Het eiland ligt voor je open en de echte terreinvorser kan zijn hart ophalen.
de Spaanse Servicio Geográfico del Ejército geeft topografische kaarten uit van de schaal 1:50.000, acht in totaal, verkrijgbaar bij Pied a Terre te Amsterdam. De-ze kaarten heb je beslist nodig wil je je eigen weg kunnen gaan. De vulkaan hebben ze fijn over de hoeken van vier kaarten verdeeld.
OV is goed geregeld. Er rijden veel bussen over het eiland en de dienstregeling is gepubliceerd in een handig boekje.
Taal en munt zijn Spaans. Het temperament van de bewoners is toch niet echt Spaans, al kan ik niet exact duiden wat dan wel.
Hier en daar zijn stukken van paden gemarkeerd. Vertrouw er niet al te zeer op. De verschillende gidsen wijzen je aardig de weg. De topografische kaarten geven de paden in het landschap aan, maar je moet goed kunnen kaartlezen om niet de weg kwijt te raken. Een kompas bewijst hier zijn nut.
De caldera en vulkaan zijn door hun schaarse begroeiing goed toegankelijk voor de wandelaar. De bergen daar omheen zijn minder overzichtelijk en toegankelijk. De bergachtige uitlopers zijn bijzonder ruig.
Geen probleem.
Water is wel een probleem. Neem een ruime hoeveelheid mee (minimaal twee liter per persoon per dag) en plan vooruit waar je water kan krijgen. Ook eten is in de binnenlanden moeilijk te verkrijgen. De dorpen en steden liggen in de buurt van de kust. Eten kan je krijgen in het kabelbaanstation bij El Teide (ja, bovenop de vulkaan is het druk) en in de Parador (het prijzige Spaanse staatshotel).
Ik weet weinig meer te verzinnen dan wat we zelf ervaren hebben: behoorlijk warm en droog, maar dankzij de oceaan toch duldbaar. Delen van het eiland gaan een groot deel van het jaar gehuld in de wolken, een drukkende mist.
Wij hebben te maken gehad met bijen. De brem op de hoogvlakte is hun voedsel. Imkers houden daar hun bijenvolken. Ze steken vooral op de dagen waarop de imkers de korven leeghalen. We hadden er nogal last van. Maak een wijde boog rond de korven. Mocht je per ongeluk in de buurt geraken, draai je om en zoek je een goed heenkomen.
Je kan een paar prachtige foto's van het observatorium vinden op de Bradford University Robotic Telescope web site (dank aan Nick Hill voor zijn suggestie). Bij elkaar wel 1,5 MB op een pagina. Een andere interessante pagina is Peter's Tenerife Informatie Pagina met nog meer foto's en links. Een ander kort verslag van de klim naar de vulkaanrand met wat foto's vind je op de pagina Tenerife and Pico de Teide (3715m). Tenslotte is er een Franse site over Tenerife.
De eerste indruk van Tenerife is dat van een ei. Het vliegtuig maakt een wijde boog rond El Teide, de vulkaan die als een dooier midden op het eiland ligt. De kegel van 3.700 meter steekt boven de eiwitachtige massa van wolken uit. Alleen een smal schilletje kust blijft zichtbaar.
Bespaar je de moeite van een bezoek aan Santa Cruz, de hoofdstad. Dat komt later nog wel. Het toeristenbureau weet niets van wandelen en wandelpaden af. Paul Matthews bericht me dat er nu een behulzaam toeristenbureau is op het vliegveld. Onze eerste echte schreden beginnen in La Laguna, een plaats vlak bij Santa Cruz in het noorden van het eiland. Kleine wegen voeren je in een soort continentale landelijkheid naar het dorp La Esperanza (winkels). Hier begint een berggraat die uiteindelijk eindigt aan de voet van de vulkaan. We volgen wat willekeurige paden en landwegen die omhoog voeren, de bossen in, waar we de tent opzetten. De jeugd van het eiland vindt het leuk om met een luchtbuks een gaatje te schieten in onze nieuwe tent.
Over de graat loopt een frequent bereden weg. Toeristen volgen deze weg op hun dagtocht naar de vulkaan. We liften een stuk mee, want het is nagenoeg onmogelijk om deze graat te volgen zonder steeds op de weg uit te komen.
Het pad komt uit bij het eind van het kabelbaanstation. Van daar lopen we met de meute toeristen - in shorts - de laatste honderd meter verder naar de rand van de vulkaan. Het is maar een klein kratertje en de rand is zo smal dat de mensen elkaar er bijna induwen.
Veel mensen bezoeken El Teide, de meesten met de kabelbaan. Maar er is een tweede vulkaan waar niemand komt: de Pico Viejo, 3.000 meter hoog. Vanaf het eindstation loopt een pad naar de Pico Viejo. Wat mij betreft is deze wandeling het hoogtepunt van Tenerife.
Het bewuste pad is nauwelijks zichtbaar en is nog slechter begaanbaar. Steenmannen markeren de route die je half klauterend moet volgen tussen gigantische blokken gitzwart vulkanisch gesteente. Na enkele vermoeiende uren bereiken we plots de rand van onze beproeving. Het zwarte materiaal blijft op dit punt als een versteende golf achter op een zanderige witte zee die het zadel vormt naar de Pico Viejo. Stuk comfortabeler wandelen ineens. De krater van de Pico Viejo is veel groter en dieper dan die van El Teide. Op de kraterrand bevindt zich gestold materiaal in vele kleuren en vormen. Ver en diep strekken zich de oceaan en de wolken uit.
Tenslotte dalen we af naar de caldera, een tamelijk vermoeidende onderneming, 1.000 meter dalen zonder pad. Op de rand van een merkwaardig kratertje, een soort uiteengespatte lavabubbel, zetten we de tent op. Contactlensdragers opgelet: weinig plaatsen op de wereld zijn zo stoffig als deze. Het stof van Tenerife heeft nog jaren onze groene tent een rode glans verleend.
Aan de rand van de caldera loopt een druk bezochte weg. Ergens in de vlakte is ook de Parador herkenbaar. Daar stoppen uiteindelijk alle touringcars. Wij wandelen er op ons gemak heen. Geen pad erheen, maar het terrein - met alle vormen van gestolde lava - is goed begaanbaar.
Het Paisaje Lunar - maanlandschap - is een toeristische attractie. Wij hebben het niet kunnen vinden. Ja, ik twijfel heftig aan onze vaardigheden op het gebied van kaartlezen en oriëntatie. Wellicht stelt het hele circus kalkrotsen zo weinig voor dat het weinig méér vult dan een parkeerplaats.
We dwalen door de bossen, over halfopen bergflanken, langs kleine irrigatiekanaaltjes die het schaarse water van het eiland aftappen ten behoeve van de landbouw aan de kust. Tenslotte eindigen we op een zandweg die ons vele kilometers door de drukkend hete bossen voert tot in het dorp Vilaflor. Overnachting in hotel.
Einde wandeling.
Later nemen we een bus die ons langs de groene Noordzijde van het eiland voerde. We hebben de noordoostpunt van Tenerife bezocht en onder de blote hemel aan het strand geslapen op een enigszins veilige afstand van rotswanden. Ik herinner me nog de grote trage vleermuizen, nauwelijks zichtbaar tegen de zwarte hemel. Een week is te kort.